In het voorgaande werd gesteld dat men zich het leerproces kan voorstellen als een cyclisch proces van vier fasen die idealiter altijd in dezelfde volgorde (maar niet altijd vanuit hetzelfde beginpunt) worden doorlopen. Mensen hebben echter voorkeuren voor bepaalde fasen uit die cyclus: ze beginnen bij voorkeur in één bepaalde fase of besteden er de meeste tijd aan. Een mathematicus bijvoorbeeld zal veel tijd besteden aan abstracte begripsvorming, terwijl een bedrijfsleider zich eerder zal richten op het in de praktijk toetsen van ideeën.

LeerstijlKernwoordenLeert het beste van...
DoenerrnAccomoderenWat is er nieuw? Ik ben in voor alles in.u2022 directe ervaringrnu2022 dingen doen, nieuwe ervaringenrnu2022 het oplossen van problemen rnu2022 in het diepe gegooid worden met een uitdagende taak
BezinnerrnDivergerenIk wil hier graag even over nadenkenu2022 activiteiten waar ze de tijd krijgen/gestimuleerd worden rnu2022 (achteraf) na te denken over acties als de mogelijkheid wordt geboden rnu2022 eerst na te denken en dan pas te doen rnu2022 beslissingen nemen zonder limieten en tijdsduur
DenkerrnAssimilerenHoe is dat met elkaar gerelateerd?u2022 gestructureerde situaties met duidelijke doelstellingen (congressen, colleges, boeken) rnu2022 als ze de tijd krijgen om relaties te kunnen leggen met kennis die ze al hebben situaties waar ze intellectueel uitgedaagd worden rnu2022 de kans krijgen vragen te stellen en de basismethodologie, logica etc. te achterhalen rnu2022 theoretische concepten, modellen en systemen
BeslisserrnConvergerenHoe kan ik dit toepassen in de praktijk?activiteiten waar:rnu2022 een duidelijk verband is tussen leren en werken rnu2022 ze zich kunnen richten op praktische zaken rnu2022 ze technieken worden getoond met duidelijke praktische voorbeeldenrnu2022 ze de kans krijgen dingen uit te proberen en te oefenen onder begeleiding van een expert

Kolb ontdekte dat mensen geneigd zijn vooral die leerfase te ontwikkelen waar ze toch al ‘sterk in zijn’. Hij pleitte er voor dat mensen ook aandacht zouden besteden aan manieren van leren waarin ze minder goed zijn. De leercyclus kan dan meer volledig en evenwichtig doorlopen worden, waarbij elke fase de aandacht krijgt die ze verdient. In een groep zorgt de diversiteit van bijdragen van de verschillende groepsleden er meestal voor dat dit het geval is.
In opleidingen lag het accent tot voor kort vooral op overdenking en theorievorming (dus: assimilerende leerstijl). Je leert hoe dingen samenhangen en hoe je ze in een theoretisch kader kunt zien. Aan de andere fasen van de leercyclus, experimenteren en ervaren (accomoderende leerstijl) werd meestal minder aandacht besteed. Door het jarenlang moeten werken volgens één bepaalde leerstijl verandert de eigen leerstijl. Daarom hebben veel studenten als gevolg van hun ervaringen op school en universiteit een overdenkende en theoretiserende leerstijl. Allround-leerders zijn mensen die alle vier de leerstijlen beheersen. Het leren beheersen van al deze leerstijlen is nu wat men vaak noemt ‘leren te leren’.